Tegen de achtergrond van Rembrandts Nachtwacht roemde de burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan, de winnaar Wim Pijbes als een directeur die ‘met doortastendheid de wederopstanding van het Rijksmuseum tot een geweldig succes wist te maken'.

De IJ-prijs, een gezamenlijk initiatief van de gemeente Amsterdam en PwC, wordt jaarlijks toegekend aan een persoon die een duidelijke bijdrage heeft geleverd aan de internationale profilering en de economische, maatschappelijke en culturele ontwikkeling van de stad Amsterdam. Anita Nijboer, jurylid en vestigingsleider van PwC-kantoor Amsterdam, introduceerde de IJ-prijs voor de genodigden.

Burgemeester van het Museumplein

Burgemeester Van der Laan sloot zich in zijn toespraak aan bij het juryrapport en voegde er persoonlijke observaties aan toe. Naast plagerij over de veel bediscussieerde fietsroute onder het museum, vertelde Van der Laan hoe geweldig hij het vond dat op de eerste maandag na de heropening er alweer schoolklassen in het Rijks waren uitgenodigd: ‘Dit museum is echt voor iedereen. Dat maakt Wim Pijbes samen met zijn collega’s helemaal waar.’ Hij noemde Pijbes, enigszins schertsend maar welgemeend, ‘de burgemeester van het Museumplein en omstreken'.

Tweemiljoenste bezoeker verwacht

In een vraaggesprek met presentator Wilfried de Jong vertelde Pijbes dat hij de prijs graag aanneemt als waardering voor iedereen die de afgelopen tien jaar zo hard aan het museum heeft gewerkt, ‘met name de laatste periode. Het Rijksmuseum is zeker geen one man band'.

Hij noemde de energie die hij krijgt van die ‘achtduizend tot 13000 museumbezoekers per dag’. Aankomende week verwacht het museum de tweemiljoenste bezoeker te mogen verwelkomen sinds de heropening in april. Ook refereerde Pijbes aan de economische waarde- en impactanalyse van eind augustus waarin gesteld wordt dat het Rijksmuseum jaarlijks € 235 miljoen bijdraagt aan het BBP en verantwoordelijk is voor circa 3700 arbeidsplaatsen.

Torenvalk in de museumtuin

Met het prijzengeld van vijftienduizend euro overweegt Pijbes een torenvalk te installeren in de museumtuin. Deze zou de "halsbandparkieten" moeten verjagen die een plaag zijn voor met name de monumentale Kaukasische vleugelnootboom. Pijbes: ‘De tuinman vertelde mij dat het Rijks vroeger ook een eigen roofvogel had om de duiven weg te houden.’